K.A. Hebinck
In opdracht van de gemeente Wageningen heeft RAAP in april 2026 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Marijkeweg te Wageningen in de gemeente Wageningen. Binnen het plangebied zal de weg worden heringericht en het bestaande riool worden vervangen. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning.
Het plangebied ligt waarschijnlijk in een relatief laaggelegen deel van het dekzandlandschap. De top hiervan ligt op een diepte van 2 à 3 m -mv en er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een dekzandrug in de ondergrond. Dit niveau wordt alleen bereikt bij de aanleg van het nieuwe riool. De kans dat hierbij archeologische resten zullen worden verstoord wordt daardoor klein ingeschat.
Daarnaast ligt het plangebied op de uitlopers van de oeverwal van de stroomgordel van Herveld en op de komafzettingen ten noorden daarvan. Het zuidelijke deel, ten zuiden van de aansluiting met de Haarweg, heeft daardoor nog de hoogste archeologische verwachting. Aan het centrale en het noordelijke deel moet mede op basis van de resultaten van de onderzoeken in de directe omgeving een lage archeologische verwachting worden toegekend.
Daarnaast geldt binnen het plangebied nog een verwachting voor resten uit de Tweede Wereldoorlog. Op twee plekken, het uiterste zuiden en het oosten van de Marijkeweg, kruist het plangebied een Duitse loopgraaf (figuur 15). Hiervan kunnen in de ondergrond nog sporen aanwezig zijn.
De geplande werkzaamheden bestaan uit de herinrichting van de weg en het vervangen van het riool. Grootste bodemingreep zal de aanleg van het nieuwe riool zijn. Deze komt in het centrale deel van het plangebied te liggen waar komafzettingen aanwezig zijn met een lage archeologische verwachting, waardoor hier geen archeologische resten worden bedreigd. Alleen in het uiterste noordoosten van de Marijkeweg kruist het geplande riooltracé een Duitse loopgraaf, waardoor de hier aanwezige sporen zullen worden bedreigd. Hoewel het slechts een zeer klein deel van de loopgraaf betreft en de mogelijke kenniswinst beperkt zal zijn, geeft dit wel de mogelijkheid om de ligging en de opbouw hiervan te documenteren, waardoor wel vervolgonderzoek wordt geadviseerd.
Gezien de aard van de werkzaamheden wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit de voeren in de vorm van een archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden. Dit betekent dat indien bij de civiele werkzaamheden vondsten of archeologische sporen worden aangetroffen, deze worden geregistreerd en, in zover de werkzaamheden dat toelaten, worden gedocumenteerd. In dit geval zal dit onderzoek beperkt zijn en vooral neerkomen op het documenteren van de loopgraaf in het profiel. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).
In het overige deel van het plangebied wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Wageningen, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit. De bevoegde overheid heeft het advies voor het uitvoeren van een archeologische begeleiding overgenomen.